Selectie van eigenschappen

Het obesitasgen

In 2007 was het FTO-gen het eerste gen waarvan werd vastgesteld dat het een rol speelt in het lichaamsgewicht. Daardoor werd het gen door de media bestempeld als het obesitasgen. Meer dan 10 jaar later en vele onderzoeken verder is FTO nog steeds het gen dat van alle genen de sterkste associatie heeft met obesitas.

Ontdek of jij drager bent van het obesitasgen, wat voor effect het obesitasgen heeft op jouw lichaamsgewicht en wat je kunt doen om het effect van dit gen te beperken.

Overgewicht

Je lichaamsgewicht is voor ongeveer 50% erfelijk bepaald. Dat betekent dat ongeveer de helft van de variatie in lichaamsgewicht kan worden toegeschreven aan genen en de andere helft aan invloeden van buitenaf.

Wij analyseren 192 posities in je DNA om je aanleg voor overgewicht bepalen. Kom erachter voor welk deel jij je genen de schuld kunt geven van je lichaamsgewicht en met welke aanpassingen aan je levensstijl je de impact van je genen zoveel mogelijk kunt beperken. 

Diabetes type 2

Als je diabetes type 2 hebt, maak je te weinig insuline aan of reageert je lichaam minder goed op insuline, waardoor er te veel suiker in je bloed blijft zitten. Dat is op lange termijn heel schadelijk voor je gezondheid.

Wij testen of jij drager bent van het gen dat de sterkste associatie heeft met diabetes type 2. Leer hoe het zit met jouw insulineproductie en risico op diabetes type 2 en wat je daaraan kunt doen.

Gevoeligheid voor een ongezonde levensstijl

Het gen PPARγ speelt als soort van vetsensor een centrale rol bij de vorming van nieuw vetweefsel. Een variatie in dit gen heeft gevolgen voor hoe je lichaam omgaat met het vet uit je voeding en daarmee je gevoeligheid voor een ongezonde levensstijl.

Hoe zit het met jouw gevoeligheid voor een ongezonde levensstijl?

Lactose-intolerantie

Lactose is een suiker (een koolhydraat) die voorkomt in melk – daarom noemen we het ook wel melksuiker. Dit stofje wordt in de darmen afgebroken door het lichaamseigen enzym lactase, maar bij veel mensen – ongeveer 65% van de volwassenen wereldwijd – neemt de lactaseproductie af zodra ze geen borstvoeding meer krijgen.

In dat geval breekt het lichaam de lactose in zuivelproducten niet meer of minder goed af, wat voor vervelende klachten kan zorgen – denk aan buikpijn, een opgeblazen gevoel, winderigheid en diarree. Als je deze klachten ervaart bij het eten van normale hoeveelheden zuivelproducten, ben je lactose-intolerant.

Ontdek of jij een hogere kans hebt op lactose-intolerantie omdat je het lactase-enzym niet meer produceert en wat je kunt doen om klachten te voorkomen en toch voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.

Afbraak van cafe´ne

Cafe´ne kan positieve (alertheid, prestatievermogen) en negatieve effecten hebben (angstige gevoelens, slaapproblemen). De reactie op cafe´ne verschilt sterk per persoon en is onder andere afhankelijk van je cafe´neconsumptie en je genetische aanleg.

We bieden je inzicht in hoe effectief jouw lichaam cafe´ne afbreekt, of je de inname ervan beter kunt beperken voor je gezondheid, en of je er iets aan hebt om je sportprestaties te verbeteren.

Cafe´ne en slaap

Veel mensen nemen cafe´ne om hun alertheid en prestaties te verbeteren. Het gebruik van cafe´ne kan echter ook nadelige gevolgen hebben, zoals het opwekken van angstige gevoelens en slaapproblemen. 

Een genetische variant in het ADORA2A-gen bepaalt mede of je dat kopje Italiaanse espresso na een etentje met een gerust hart kunt opdrinken, of het misschien toch beter kunt afslaan.

Vitamine C

Vitamine C is misschien wel de bekendste vitamine. Vitamine C is betrokken bij de aanmaak van collageen, carnitine en adrenaline en is daarnaast een belangrijke antioxidant. De optimale inname van vitamine C voor een normale werking van het lichaam en het ondersteunen van de gezondheid is voor iedereen anders.

Ontdek of je drager bent van het gen dat ervoor zorgt dat je minder vitamine C in je bloed hebt en of het voor jou dus extra belangrijk is om voldoende van deze vitamine binnen te krijgen.

Vitamine B2

1 op de 3 Nederlanders heeft een hoge bloeddruk, een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Een genetische variant in het MTHFR-gen is geassocieerd met een minder goed werkende versie van het MTHFR-enzym en een hoge bloeddruk.

Vitamine B2 stabiliseert het minder goed werkende MTHFR-enzym en kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan het verlagen van een hoge bloeddruk.

Ontdek of jij een verhoogde behoefte hebt aan vitamine B2 en of een supplement kan helpen je bloeddruk te verlagen.

Vitamine B6

Vitamine B6 speelt een belangrijke rol in de stofwisseling, vooral in de opbouw en afbraak van aminozuren (de bouwstenen van eiwitten), maar ook in die van vetten en koolhydraten. Daarnaast is de vitamine betrokken bij de aanmaak en afbraak van neurotransmitters, bepaalde hormonen en rode bloedcellen. Een tekort aan vitamine B6 kan leiden tot bloedarmoede, zenuwaandoeningen, depressie en een verminderde weerstand.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat verschillende genetische varianten de hoeveelheid vitamine B6 in je bloed be´nvloeden, en daarmee mogelijk ook het risico dat je loopt op een vitamine B6-tekort.

We analyseren 2 genetische varianten die de vitamine B6-concentratie in je bloed be´nvloeden.

Vitamine B12

Vitamine B12 zit van nature alleen in dierlijke producten, zoals vlees, vis, gevogelte, zuivel en eieren. Eet je weinig tot geen dierlijke voedingsmiddelen, dan loop je een groter risico op een tekort aan vitamine B12.

Naast je inname via voeding en factoren als je leeftijd, be´nvloeden ook je genen het risico op een vitamine B12-tekort. We hebben op basis van 9 varianten in 9 verschillende genen een genetische score ontwikkeld die je een inschatting geeft van het risico dat je daarop loopt.

Foliumzuur

Foliumzuur ken je misschien ook wel als vitamine B11. Het is een van de weinige vitamines waarvan veel Nederlanders niet genoeg binnenkrijgen (20-25% van de bevolking). Dragers van een genetische variant in het MTHFR-gen hebben meer foliumzuur nodig.

Kom erachter of jij een verhoogde behoefte aan foliumzuur hebt en wat je daaraan kunt doen.

Vitamine A

Studies hebben aangetoond dat er grote verschillen zitten in de efficiŰntie waarmee mensen bŔtacaroteen om kunnen zetten naar vitamine A. Zo blijkt uit onderzoek dat tot wel 45% van de mensen een slechte omzetter is. Dat is voor een deel afhankelijk van de hoeveelheid vitamine A in je lichaam, maar het is ook genetisch bepaald, en het be´nvloedt mogelijk het risico dat je loopt op een vitamine A-tekort.

We analyseren 2 genetische varianten die de efficiŰntie be´nvloeden waarmee je bŔtacaroteen omzet naar vitamine A.

Vitamine D

Omdat maar weinig voedingsmiddelen vitamine D bevatten, is het praktisch gezien onmogelijk om voldoende vitamine D via de voeding binnen te krijgen. In de wintermaanden is de aanmaak van vitamine D via de huid onder blootstelling van zonlicht een stuk lager, waardoor veel mensen vooral aan het einde van de winter te weinig vitamine D in het lichaam hebben. In Nederland heeft bijna 60% in de winter te lage vitamine D-concentraties!

Wij analyseren meerdere genetische varianten die be´nvloeden hoeveel vitamine D je in je bloed hebt. Met onze genetische score kom je erachter of je een verhoogd risico loopt op een tekort en of je er verstandig aan doet om een vitamine D-supplement te gebruiken als de R in de maand zit. 

Bitter proeven

Walg jij van spruitjes en vind je het onbegrijpelijk dat andere mensen ze wel lekker vinden? De verklaring ligt mogelijk in het feit dat sommige mensen door een genetische variant bepaalde bittere bestanddelen in groenten niet kunnen proeven.

Ongeveer 25% van de mensen kan bepaalde bittere smaakstoffen in kruisbloemige groenten, zoals broccoli, kool, spruitjes, boerenkool en bloemkool, niet proeven. Die mensen vinden deze voedingsmiddelen minder of zelfs helemaal niet bitter, in tegenstelling tot mensen die de bittere smaakstoffen wÚl kunnen proeven. Bij welke groep hoor jij?

Omega 3-vetzuren

Er is veel wetenschappelijk bewijs dat een hogere inname van vooral de langeketen-omega 3-vetzuren het risico op hart- en vaatziekten verlaagt.

De hoeveelheid en precieze samenstelling van deze onverzadigde vetzuren in je lichaam is niet alleen afhankelijk van de inname via de voeding, maar ook van het vermogen van het lichaam om deze vetzuren zelf aan te maken. Dat vermogen wordt sterk be´nvloed door je genen.

Met onze DNA-analyse kom je te weten of je extra profijt hebt van een hogere inname van omega 3-vetzuren en wat je kunt doen om je inname te verhogen.

Alcohol

Sommige mensen zijn gevoeliger voor alcohol dan anderen. Hoe jouw lichaam omgaat met en reageert op alcohol wordt voor een groot deel bepaald door je genen. Hetzelfde geldt voor je aanleg om verslaafd te kunnen raken aan alcohol – dat wordt voor ongeveer 50% door je genen bepaald.

Wij analyseren meerdere genetische varianten om jouw gevoeligheid voor alcohol in kaart te brengen.

Verzadigd vet

Vet in voeding is altijd een mengsel van een groot aantal verschillende verzadigde en onverzadigde vetzuren. Voor het gemak worden deze twee typen vetzuren meestal aangeduid met verzadigd en onverzadigd vet. Een hoge inname van verzadigd vet verhoogt niet alleen het risico op hart- en vaatzieken, maar kan afhankelijk van je genen ook je gewicht nadelig be´nvloeden.

Een variant in het APOA2-gen verklaart waarom sommige mensen zwaarder wegen bij een hoge inname van verzadigd vet.

Aspergegeur

Asperges zijn naar schatting al zo’n 20.000 jaar onderdeel van het menselijke voedingspatroon en worden al zeker 2000 jaar beschouwd als een delicatesse. Ze zijn rijk aan voedingsvezels, ijzer, zink, magnesium, foliumzuur en vitamine C, E en K.

Na het eten van asperges ruiken sommige mensen een heel karakteristieke geur in hun urine die op de geur van verrotte kool lijkt. Niet iedere asperge-eter is in staat om deze uitgesproken geur waar te nemen; een genetische variant in de buurt van het OR2M7-gen be´nvloedt het vermogen om deze geur te kunnen ruiken. 

Glutenintolerantie

Mensen met glutenintolerantie of coeliakie kunnen niet tegen gluten, een eiwit dat voorkomt in tarwe, rogge, gerst, spelt en kamut. Daarnaast is haver vaak besmet met tarwe. Bij mensen met glutenintolerantie veroorzaakt voedsel met gluten een beschadiging van de darmwand, waardoor op den duur voedingsstoffen minder goed kunnen worden opgenomen. Hierdoor ontstaan allerlei klachten in het lichaam.

We analyseren de meest voorkomende genetische varianten die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van glutenintolerantie. Zo kom je te weten of je de ontwikkeling van glutenintolerantie bij jezelf zo goed als zeker kunt uitsluiten of niet. 

Spieropbouw

Het komt niet zo vaak voor dat een goede marathonloper ook een goede sprinter is. Dat is aan de ene kant een kwestie van training, maar ook genetische verschillen spelen een belangrijke rol. Zo is explosieve spierkracht, die je bijvoorbeeld gebruikt bij kogelstoten en sprinten, voor meer dan 70% erfelijk bepaald.

Bezit jij het gen voor snelheid, net zoals de meeste topsprinters, of heb je meer de spieropbouw van een marathonloper?

Kracht- of duursport

Het uithoudingsvermogen van een duursporter en de explosiviteit van een krachtsporter of sprinter zijn tegengestelde extremen van het atletisch prestatievermogen. Het komt dan ook niet vaak voor dat een goede duursporter ook een sterke sprint in de benen heeft – of omgekeerd.

Analyse Me heeft voor zowel kracht en snelheid als voor uithoudingsvermogen een genetische score ontwikkeld. In totaal testen we 17 genetische varianten om je een inschatting te kunnen geven van waar jouw talent ligt. 

Trainingsherstel

Hoeveel spierschade je oploopt tijdens intensieve inspanning en hoe snel het herstel verloopt verschilt van persoon tot persoon en is mede afhankelijk van je genen. Sommige mensen lopen meer spierschade op dan anderen en hebben daarom een langere hersteltijd nodig.

Analyse Me heeft een genetische score ontwikkeld voor je herstelvermogen van een zware training. We hebben 10 genetische varianten geselecteerd die geassocieerd worden met de hoeveelheid spierschade die wordt veroorzaakt door zware inspanning, en met de tijd die je nodig hebt om daarvan te herstellen. 

Beweging tijdens de slaap

Krijg jij ook weleens van je partner te horen dat je weer hebt liggen slaan en schoppen in je slaap, terwijl je je van geen kwaad bewust bent? 

Meerdere studies hebben aangetoond dat een variant in het BTBD9-gen verband houdt met hoe vaak mensen hun armen en benen bewegen tijdens de slaap. 

Oogkleur

Oogkleur is een complexe eigenschap die wordt bepaald door meerdere genen. Er is echter ÚÚn genetische variant die bijna volledig bepaalt of je blauwe of bruine ogen hebt.

Wat voor kleur ogen heb jij volgens je DNA?

Rood haar

Rood is de meest zeldzame haarkleur en komt behalve bij mensen van Europese afkomst nauwelijks voor. In Nederland heeft ongeveer 2,5% van de mensen rood haar – en dat zijn vaker vrouwen dan mannen.

Of je wel of geen rood haar hebt wordt grotendeels bepaald door genetische varianten in het MC1R-gen die de verhouding tussen de productie van het donkerbruine pigment eumelanine en het roodbruine/gele pigment feomelanine veranderen.

We testen je DNA op de 2 belangrijkste genetische varianten voor rood haar.

Oorsmeer/deodorant

Wist je dat het type oorsmeer per persoon sterk kan verschillen? Mensen van Aziatische afkomst hebben bijvoorbeeld vaak droog oorsmeer, terwijl dat van Europeanen en Afrikanen vaker nat is. Nog interessanter is dat er een relatie bestaat tussen je oorsmeer en de geur van je zweet.

Heb je nat of droog oorsmeer en hoe belangrijk is het voor jou om die deodorant te blijven gebruiken? 

Zongevoeligheid

Als je bruin wordt van de zon, wordt dat veroorzaakt door een verhoogde productie van het pigment melanine. Bruin worden is een mechanisme om het DNA in je huidcellen te beschermen tegen uv-straling. Hoe snel je bruin wordt – en daarmee ook hoe gevoelig je huid is voor de zon – verschilt sterk van persoon tot persoon en is voor een groot deel erfelijk bepaald.

Analyse Me heeft een genetische score voor zongevoeligheid ontwikkeld op basis van 7 genetische varianten die de gevoeligheid van jouw huid voor de zon en het gemak waarmee die bruin kleurt be´nvloeden.  

Warrior vs. worrier

Dopamine is een neurotransmitter in de hersenen die een rol speelt bij het werkgeheugen en emoties. Een genetische variant be´nvloedt de afbraak van dopamine in je hersenen en daarmee hoe je omgaat met stress. 

Mensen met het worrier-gen hebben een lagere pijndrempel en zijn gevoeliger voor stress, maar hebben betere cognitieve functies onder normale omstandigheden. Daarentegen zijn mensen met het warrior-gen juist op hun best onder stressvolle omstandigheden, ondanks bijvoorbeeld pijn en angst.

Ontdek of jij volgens je DNA een warrior of worrier bent. 

Buikgriep

Ieder jaar hebben zo’n half miljoen Nederlanders buikgriep veroorzaakt door het norovirus, een klein en zeer besmettelijk virus dat ontsteking van het maag-darmkanaal veroorzaakt, met als meest opvallende symptomen overgeven en diarree.

Niet iedereen is echter even gevoelig voor het norovirus. In Europa is ongeveer 20% van de mensen bijna volledig beschermd tegen de meest voorkomende vorm van het norovirus, omdat ze drager zijn van een genetische variant in het FUT2-gen.

Bestel je DNA Kit

Bekijk onze live demo!

Meer info 

Bekijk onze live demo!

Meer info